Veelgestelde vragen
Antwoorden op de meest voorkomende vragen over arbeidsveiligheid, RI&E, inspecties en meer.
RI&E
Ja. Iedere werkgever in Nederland is op grond van de Arbeidsomstandighedenwet (artikel 5) verplicht een RI&E op te stellen. Dit geldt ook als u maar één werknemer in dienst heeft. Zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers) zijn uitgezonderd, tenzij zij werken met gevaarlijke stoffen of op risicoplichtige locaties.
In de meeste gevallen wel. De RI&E moet worden getoetst door een gecertificeerde arbokerndeskundige (zoals een hogere veiligheidskundige, arbeidshygiënist of bedrijfsarts). Bedrijven met maximaal 25 werknemers die gebruikmaken van een erkend branche-instrument kunnen in aanmerking komen voor toetsingsvrijstelling.
De wet noemt geen vaste geldigheidstermijn. Uw RI&E moet actueel zijn en worden bijgesteld bij belangrijke veranderingen: nieuwe machines, andere werkprocessen, een verbouwing, gewijzigde wetgeving of na een ernstig incident. In de praktijk wordt een cyclus van drie tot vijf jaar gehanteerd, maar dat is een richtlijn, geen wettelijke eis.
Een RI&E moet volledig, betrouwbaar en actueel zijn. Dat betekent: alle gevaren in kaart gebracht, een realistische inschatting van de risico's, en een bijbehorend plan van aanpak met concrete maatregelen, verantwoordelijken en termijnen. De Nederlandse Arbeidsinspectie beoordeelt hier actief op.
U komt in aanmerking als uw bedrijf maximaal 25 werknemers heeft én u gebruikmaakt van een door het Steunpunt RI&E erkend branche-instrument. Alle werknemers tellen mee, inclusief parttimers, uitzendkrachten en stagiairs. Heeft u 26 of meer werknemers, dan is toetsing altijd verplicht.
Er is geen wettelijke bewaartermijn, maar het is verstandig om uw RI&E en het plan van aanpak minimaal te bewaren totdat een nieuwe versie is opgesteld en getoetst. Bij een inspectie of incident moet u kunnen aantonen dat u een actuele RI&E had. Bewaar ook eerdere versies als referentie.
Veiligheidsinspecties
Een RI&E is een brede, gestructureerde inventarisatie van alle risico's in uw organisatie. Een veiligheidsinspectie is een gerichte momentopname op de werkvloer: zijn de afspraken uit de RI&E ook daadwerkelijk in de praktijk zichtbaar? Inspectie is dus een middel om te toetsen of uw RI&E ook leeft.
Er is geen wettelijke frequentie voorgeschreven. De juiste frequentie hangt af van uw risicoprofiel, de aard van de werkzaamheden en de resultaten van eerdere inspecties. Bij hoogrisico-werkzaamheden (bouw, industrie) is maandelijks of per project gebruikelijk; bij kantooromgevingen volstaat vaak twee keer per jaar.
U ontvangt een helder inspectierapport met bevindingen, fotomateriaal en direct toepasbare verbetermaatregelen. Afwijkingen worden geprioriteerd zodat u weet wat direct aandacht nodig heeft en wat op termijn kan worden aangepakt.
Ja, dat is juist vaak waardevol. Een onaangekondigde inspectie geeft het meest realistische beeld van de dagelijkse praktijk. Uiteraard stemmen wij de aanpak vooraf met u af.
Machineveiligheid
De Machineverordening vervangt de huidige Machinerichtlijn (2006/42/EG) en wordt rechtstreeks van toepassing in alle EU-lidstaten. De belangrijkste wijzigingen betreffen strengere eisen aan cybersecurity, autonome machines en AI-toepassingen, en een bredere definitie van substantiële wijziging. Fabrikanten en werkgevers moeten hun risicobeoordelingen hierop aanpassen.
Elke machine die voor het eerst op de Europese markt wordt gebracht of in gebruik wordt genomen moet voorzien zijn van een CE-markering. Dit geldt ook voor zelfgebouwde machines en voor bestaande machines waaraan een substantiële wijziging is aangebracht. De CE-markering bevestigt dat de machine voldoet aan de essentiële gezondheids- en veiligheidseisen.
Een risicobeoordeling conform EN ISO 12100 brengt systematisch alle gevaren van een machine in kaart, schat de risico's in en bepaalt welke maatregelen nodig zijn. Dit is de basis voor de CE-markering en het technisch dossier. Als werkgever bent u verplicht machines te beoordelen op de risico's voor uw medewerkers.
Dat hangt af van de aard van de wijziging. Bij een substantiële wijziging — een aanpassing die nieuwe gevaren introduceert of bestaande risico's wezenlijk vergroot — wordt u als het ware de fabrikant van een nieuwe machine. In dat geval is een nieuwe conformiteitsbeoordeling en CE-markering vereist.
Werkplekonderzoek
Een preventief onderzoek richt zich op het voorkomen van klachten: werkplekinstelling, ergonomische kennis en gezond werkgedrag. Een klachtgerelateerd onderzoek gaat dieper: de bestaande klachten worden geanalyseerd, de werkplek en het beweeggedrag worden uitgebreid in kaart gebracht, en er volgt een persoonlijk adviestraject.
Nee, een werkplekonderzoek kan zowel preventief als op eigen initiatief worden aangevraagd. Bij klachtgerelateerde onderzoeken kan een verwijzing van de bedrijfsarts nuttig zijn voor de context, maar verplicht is het niet.
De werkplek wordt direct tijdens het bezoek ingesteld. Uw lichaam heeft vervolgens enkele weken nodig om te wennen aan de nieuwe houding en instellingen. Over het algemeen treedt binnen twee tot vier weken merkbare verbetering op. Als klachten aanhouden, plannen wij een evaluatiebezoek.
Ja. Een werkplekonderzoek is niet beperkt tot kantooromgevingen. Wij beoordelen ook productiewerkplekken, laboratoria en andere omgevingen op fysieke belasting, klimaat, verlichting, geluid en ergonomie.
HSE Interim-management
Bij uitval van uw veiligheidskundige, langdurige vacatures, piekbelasting of projecten die tijdelijk extra HSE-capaciteit vragen. Ook bij het opzetten of verbeteren van een managementsysteem (ISO 45001, VCA) is interim-ondersteuning effectief.
In de meeste gevallen binnen één tot twee weken. Bij urgente situaties (incident, handhaving, plotselinge uitval) is inzet op kortere termijn bespreekbaar.
Een interim-professional werkt in uw organisatie en neemt operationele taken over — denk aan het bijhouden van het veiligheidsmanagementsysteem, het uitvoeren van inspecties en het begeleiden van audits. Een extern adviseur levert advies op afstand. Bij Groot Veiligheid combineren wij beide rollen waar nodig.
U ontvangt een volledig overdraagbaar dossier met alle lopende zaken, bevindingen en aanbevelingen. Zo kan uw opvolger direct verder zonder kennisverlies.
Incidentonderzoek
U bent verplicht een arbeidsongeval direct te melden bij de Nederlandse Arbeidsinspectie als het gaat om een dodelijk ongeval, een ziekenhuisopname, of blijvend letsel. De melding moet zo snel mogelijk na het ongeval gebeuren, bij voorkeur telefonisch.
Een root cause analyse gaat verder dan de directe oorzaak van een incident. Door systematisch te onderzoeken welke onderliggende factoren hebben bijgedragen — denk aan organisatie, procedures, training en toezicht — worden de grondoorzaken blootgelegd. Dat is essentieel om herhaling daadwerkelijk te voorkomen.
Wettelijk verplicht is het niet, maar het is sterk aan te raden. Bijna-ongevallen zijn waarschuwingssignalen: de omstandigheden waren aanwezig voor een ernstig incident. Door ze te onderzoeken voorkomt u dat het volgende keer wél misgaat.
Zo snel mogelijk na het incident. Fysieke sporen vervagen, herinneringen verbleken en de situatie op de werkplek verandert. Bij ernstige incidenten starten wij binnen 24 uur. Bij minder urgente voorvallen is een start binnen een week gebruikelijk.
Preventiemedewerker
Ja. Elke werkgever is verplicht minimaal één preventiemedewerker aan te stellen. Bij bedrijven met maximaal 25 werknemers mag de directeur zelf deze rol vervullen, mits hij of zij over voldoende deskundigheid beschikt.
De preventiemedewerker heeft drie wettelijke kerntaken: meewerken aan het opstellen en uitvoeren van de RI&E, adviseren aan en samenwerken met de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging over arbobeleid, en het mede uitvoeren van arbomaatregelen. Sinds de wetswijziging van 2017 moet de preventiemedewerker worden benoemd met instemming van de OR.
Nee. Een preventiemedewerker richt zich op het voorkomen van risico's en het bevorderen van veilig werken. Een BHV'er is opgeleid om te handelen bij noodsituaties: EHBO, brandbestrijding en ontruiming. De rollen kunnen door dezelfde persoon worden vervuld, maar de taken en opleidingen zijn wezenlijk anders.
De wet schrijft geen specifiek diploma voor, maar stelt dat de preventiemedewerker over voldoende deskundigheid en ervaring moet beschikken. In de praktijk volgen de meeste preventiemedewerkers een basisopleiding arbeidsveiligheid. Het vereiste niveau hangt af van de risico's in uw organisatie.
BHV-organisatie
De wet noemt geen vast aantal. Het benodigde aantal BHV'ers wordt bepaald door uw RI&E en hangt af van factoren als de grootte van het bedrijf, het aantal aanwezigen, de aard van de risico's, de opkomsttijd van hulpdiensten en de fysieke indeling van het pand. Zorg in elk geval dat er altijd minimaal één BHV'er aanwezig is tijdens werktijd.
De BHV heeft vier wettelijke kerntaken: het verlenen van eerste hulp bij ongevallen, het beperken en bestrijden van brand, het in noodsituaties alarmeren en evacueren van medewerkers en bezoekers, en het communiceren met de hulpdiensten.
De wet spreekt van "voldoende deskundigheid en oefening", zonder een vaste frequentie te noemen. In de praktijk is jaarlijkse herhalingstraining de gangbare norm. Daarnaast is het verstandig om minimaal één keer per jaar een ontruimingsoefening te houden.
Ja, als meerdere werkgevers in één gebouw werken, zijn zij verplicht samen te werken op het gebied van bedrijfshulpverlening. Dit is vastgelegd in artikel 19 van de Arbowet. Maak heldere afspraken over taken, bevoegdheden en communicatie bij noodsituaties.
Ontruimings- & bedrijfsnoodplan
Ja. Op grond van het Arbobesluit (artikel 2.17) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is elke werkgever verplicht een ontruimingsplan te hebben. Dit plan beschrijft hoe het gebouw veilig en geordend kan worden ontruimd bij brand, bommelding of een andere noodsituatie.
Een ontruimingsplan beschrijft specifiek hoe het gebouw wordt ontruimd. Een bedrijfsnoodplan is breder: het omvat alle noodscenario's (brand, gaslek, stroomuitval, overval, medische noodsituatie) en beschrijft de organisatie, taken, communicatie en middelen. Het ontruimingsplan maakt vaak onderdeel uit van het bedrijfsnoodplan.
Ja. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en NEN 1414 schrijven voor dat in elk gebouw duidelijke ontruimingsplattegronden aanwezig moeten zijn. Deze moeten de vluchtroutes, nooduitgangen, blusmiddelen en verzamelplaats(en) tonen en op strategische plaatsen in het gebouw hangen.
De wet noemt geen vaste frequentie, maar de gangbare norm is minimaal één keer per jaar. Bij gebouwen met een verhoogd risico (veel bezoekers, verminderd zelfredzame personen, complexe indeling) wordt twee keer per jaar aanbevolen. Evalueer elke oefening en werk het ontruimingsplan bij op basis van de bevindingen.
Staat uw vraag er niet tussen?
Neem vrijblijvend contact op — wij helpen u graag verder.
Stel uw vraag