RI&E — van verplichting naar levend document

De risico-inventarisatie en -evaluatie is het fundament van elk arbobeleid. Deze pagina beschrijft de soorten RI&E’s, de evaluatiemethoden, de toetsingseisen en hoe je de RI&E als levend document inzet om risico’s daadwerkelijk te beheersen.

Wat is een RI&E?

De risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) is de schriftelijke vastlegging van alle risico’s die het werk voor werknemers met zich meebrengt. Artikel 5 van de Arbowet verplicht elke werkgever om een RI&E op te stellen, inclusief een beschrijving van gevaren, de grootte van de risico’s, risicobeperkende maatregelen en de risico’s voor bijzondere categorieën werknemers.

Een RI&E is geen doel op zich, maar een middel om via een planmatige aanpak met de juiste prioritering de risico’s voldoende te beheersen. Het gaat daarbij om drie soorten risico’s: veiligheid, gezondheid en psychosociale factoren (PSA).

Gevaar versus risico

Een gevaar is een intrinsieke eigenschap van een materiaal, machine, stof of situatie die schade kan veroorzaken. Een risico ontstaat pas wanneer mensen aan dat gevaar worden blootgesteld. Zonder blootstelling is het risico nihil — dáárom is het in kaart brengen van de feitelijke werksituatie zo belangrijk.

Soorten RI&E’s

Er zijn drie hoofdtypen RI&E’s, die samen het volledige RI&E-dossier vormen:

1. De algemene RI&E

De brede inventarisatie waarin alle arbeidsbelastende factoren aan bod komen: van arbozorg en organisatie, veiligheid en gezondheid, gevaarlijke stoffen, fysieke belasting, PSA, BHV, fysische factoren (klimaat, geluid, trillingen), arbeidsmiddelen tot werk- en rusttijden. Dit is de basis waaruit blijkt welke thema’s nadere aandacht vragen.

2. Themaspecifieke RI&E’s

Als bij de intake of de algemene RI&E blijkt dat bepaalde onderwerpen zo omvangrijk zijn dat ze niet direct meegenomen kunnen worden, worden ze apart onderzocht: de cascade-aanpak. Denk aan machineveiligheid, gevaarlijke stoffen of explosieveiligheid. De werkwijze is dezelfde als bij de algemene RI&E, maar de scope is afgebakend tot één thema.

Het streven naar directe volledigheid slaat het enthousiasme vaak plat en creëert een achterstand die jarenlang kan blijven bestaan. Een stapsgewijze aanpak is effectiever.

3. Verdiepende RI&E’s

Wanneer uit de algemene of themaspecifieke RI&E blijkt dat het onvoldoende duidelijk is óf er een probleem is, hoe groot dat is of wat eraan ten grondslag ligt, is verdiepend onderzoek nodig. Het Arbobesluit schrijft dit op meerdere plaatsen expliciet voor, bijvoorbeeld bij gevaarlijke stoffen (blootstellingsbeoordeling), geluid (geluidsmeting), fysieke belasting (nadere analyse) en PSA.

Een RI&E in brede zin voldoet pas aan het criterium volledigheid als ook de themaspecifieke en verdiepende RI&E’s zijn uitgevoerd.

Stappenplan

Het uitvoeren van een RI&E is geen ad-hocactiviteit, maar vereist een planmatige benadering. Een uitvoering in twaalf stappen geeft de beste basis:

  • 1. Beeld van het bedrijf vormen — branche, omvang, processen, organisatiestructuur.
  • 2. Intakegesprek — scope, methode, communicatie, betrokkenheid OR, eigenaarschap werkgever.
  • 3. Projectplan en offerte — afspraken schriftelijk vastleggen, scope en tijdpad.
  • 4. Documentatiestudie — bestaand beleid, procedures, verzuimcijfers, eerdere RI&E’s, arbocatalogus.
  • 5. Communicatie — medewerkers informeren over doel, aanpak en hun rol.
  • 6. Vragenlijsten en interviews — input van medewerkers, leidinggevenden en bedrijfsarts.
  • 7. Rondgang en eigen observatie — de werkelijkheid op de werkvloer ziet er soms anders uit dan op papier.
  • 8. Opstellen RI&E-rapportage — gevaren, risico’s, wat al beheerst is en wat niet.
  • 9. Risico-evaluatie — waarde toekennen aan de grootte van elk risico (zie hieronder).
  • 10. Plan van aanpak — concrete maatregelen, verantwoordelijken, planning en budget.
  • 11. Van concept naar definitief — bespreking met werkgever, OR en preventiemedewerker.
  • 12. Toetsing — door gecertificeerde arbodienst of arbokerndeskundige.

Risico-evaluatie: Kinney & Wiruth

De meest gebruikte methode voor het beoordelen van concrete werkplekrisico’s is die van Kinney & Wiruth. Het risicogetal wordt berekend als het product van drie factoren:

R = E × W × B

  • Effect (E) — de ernst van het mogelijke gevolg, van licht letsel (1) tot meerdere doden (40).
  • Waarschijnlijkheid (W) — hoe waarschijnlijk het is dat het effect optreedt, van vrijwel onmogelijk (0,2) tot te verwachten (10).
  • Blootstelling (B) — hoe vaak en hoe lang medewerkers aan het gevaar worden blootgesteld, van extreem zelden (0,5) tot zeer frequent (10).

Risicoklassen

De uitkomst wordt ingedeeld in vijf klassen die de urgentie bepalen:

  • R < 20 — Zeer klein (ZK) — geen actie nodig.
  • R 20–70 — Klein (K) — aandacht vereist, termijn 1–3 jaar.
  • R 70–200 — Midden (M) — maatregelen vereist, termijn 3 maanden tot 1 jaar.
  • R 200–400 — Groot (G) — directe verbetering vereist, termijn direct tot 3 maanden.
  • R > 400 — Zeer groot (ZG) — werkzaamheden stoppen, directe actie.

Let op: de methode van Kinney & Wiruth is bedoeld voor concrete risicoscenario’s op de werkvloer. Voor wettelijke overtredingen en beleids-/organisatorische zaken gelden aparte beoordelingsmethoden (zie hieronder).

Drie typen risico’s, drie beoordelingsmethoden

  • Concrete werkplekrisico’s — beoordeling met Kinney & Wiruth (E × W × B).
  • Wettelijk verplichte zaken — ingedeeld naar ernst van de overtreding: Groot wettelijk (Gw) bij zware overtredingen, Midden wettelijk (Mw) bij directe boete-overtredingen, Klein wettelijk (Kw) bij overige overtredingen.
  • Beleids- en organisatorische zaken — ingedeeld naar mate van implementatie: Groot beleidsmatig (Gb) als beleid ontbreekt, Midden beleidsmatig (Mb) als beleid beperkt is geïmplementeerd, Klein beleidsmatig (Kb) als verbeteringen mogelijk zijn.

Grondoorzaken en basisrisicofactoren

Een veelgemaakte fout is dat de RI&E een lijst met symptomen wordt in plaats van een analyse van oorzaken. Bij elk geconstateerd knelpunt moeten de achterliggende oorzaken worden benoemd. Het TOG-model biedt hiervoor een bruikbaar kader:

  • Techniek — is de technische voorziening aanwezig, werkend en geschikt?
  • Organisatie — zijn er procedures, is er voorlichting gegeven, is er toezicht?
  • Gedrag — wordt de procedure nageleefd, is er voorbeeldgedrag van leidinggevenden?

Door de grondoorzaken in kaart te brengen, voorkom je dat alleen symptomen worden aangepakt en dezelfde risico’s na verloop van tijd opnieuw opduiken.

Arbeidshygiënische strategie

Maatregelen in het plan van aanpak moeten de arbeidshygiënische strategie volgen — ook wel het STOP-principe genoemd. De volgorde is hiërarchisch: pas als een hoger niveau redelijkerwijs niet mogelijk is, mag je naar een lager niveau:

  • S — Substitutie (bron) — het gevaar wegnemen of vervangen door iets minder gevaarlijks.
  • T — Technische (collectieve) maatregelen — afscherming, afzuiging, demping, isolatie.
  • O — Organisatorische (individuele) maatregelen — taakroulatie, werktijdbeperking, instructie.
  • P — Persoonlijke beschermingsmiddelen — het laatste redmiddel, niet het eerste.

Het combineren van maatregelen uit verschillende niveaus is toegestaan, maar het redelijkerwijsbeginsel geldt: bij ernstige risico’s (giftige stoffen, hoge valhoogtes) weegt de verplichting tot hogere-orde-maatregelen zwaarder.

Toetsing van de RI&E

De Arbowet verplicht werkgevers om de RI&E (inclusief plan van aanpak) te laten toetsen door een gecertificeerde arbodienst of arbokerndeskundige. Sinds 1 juli 2022 gelden aangescherpte toetsingscriteria (Staatscourant 7977):

  • Systeemtoets — zijn alle wettelijk vereiste onderdelen aanwezig? Is er een plan van aanpak met risicobeperkende maatregelen?
  • Scopetoets — inhoudelijke beoordeling per domein door de betreffende gecertificeerde arbokerndeskundige (geregistreerd bedrijfsarts, HVK, Arbeidshygienist of A&O deskundige).

Bij een cascade-aanpak worden meerdere toetsrapporten opgesteld: één voor de eerste RI&E en vervolgens per themaspecifieke of verdiepende RI&E een aanvullend rapport.

Uitzondering: bedrijven met maximaal 25 werknemers die gebruik maken van een erkend branche-RI&E-instrument hoeven de RI&E niet te laten toetsen.

Actualiseren — het levende document

Een RI&E is geen eenmalige exercitie. Actualisering is nodig wanneer:

  • Bedrijfsprocessen zijn gewijzigd
  • Nieuwe machines of installaties in gebruik zijn genomen
  • Het bedrijf is verhuisd naar een nieuw pand
  • De beheersmaatregelen zijn veranderd
  • De stand van de techniek is veranderd
  • De arbodienstverlening is veranderd
  • Informatie uit de spreekkamer van de bedrijfsarts daar aanleiding toe geeft

Bij een update-RI&E ligt de focus op de veranderingen. Onderwerpen die niet relevant bleken of goed beheerst worden, hoeven niet steeds opnieuw geïnventariseerd te worden. Door deze werkwijze krijgt de RI&E meer het karakter van een audit: een toets op de kwaliteit van bestaande beheersmaatregelen.

Medisch onderzoek: PAGO en PMO

Uit de RI&E kan blijken dat medewerkers aan restrisico’s worden blootgesteld. In dat geval is de werkgever verplicht een Periodiek Arbeidsgezondheidskundig Onderzoek (PAGO) aan te bieden. Een PAGO is functie- en risicogebonden: alleen aspecten van de gezondheid die een relatie hebben met de gevaren in het werk worden onderzocht.

Een Preventief Medisch Onderzoek (PMO) is breder en richt zich op de algemene gezondheid en inzetbaarheid van werknemers. Het Arbobesluit schrijft specifieke verplichte onderzoeken voor bij onder meer nachtarbeid, gevaarlijke stoffen, asbest, biologische agentia, geluid en trillingen.

Rollen en verantwoordelijkheden

De werkgever

De werkgever is verantwoordelijk voor het (laten) uitvoeren van de RI&E, het opstellen van het plan van aanpak en het uitvoeren van de maatregelen. Daarnaast moet de werkgever alle medewerkers in de gelegenheid stellen het rapport te lezen en uitzendbureaus en onderaannemers informeren over relevante risico’s.

De preventiemedewerker

De preventiemedewerker verleent medewerking aan het opstellen en uitvoeren van de RI&E (Arbowet art. 13). Er worden geen expliciete deskundigheidseisen gesteld aan de preventiemedewerker voor het uitvoeren van de RI&E, maar ISO 45001 stelt onder punt 7.2 wél eisen aan competentie.

De ondernemingsraad (OR)

De OR heeft instemmingsrecht over de wijze waarop de RI&E wordt uitgevoerd (WOR art. 27). Daarnaast kan de OR de werkgever aanspreken als de RI&E niet wordt aangepast op basis van de toetsing.

De bedrijfsarts

De bedrijfsarts levert input over trends uit de verzuimbegeleiding, medisch kwetsbaren en de demografie van de werkpopulatie. Afstemming met de bedrijfsarts is essentieel bij het formuleren van een PAGO.

Veiligheidscultuur en de RI&E

De kwaliteit en het effect van de RI&E hangen sterk samen met de veiligheidscultuur van een organisatie. Op het laagste niveau (pathologisch) is de RI&E een papieren exercitie die in de kast verdwijnt. Op het hoogste niveau (generatief) is de RI&E een levend instrument dat continu wordt gevoed met nieuwe inzichten en dat is ingebed in de dagelijkse bedrijfsvoering. Meer hierover lees je op onze pagina veiligheidscultuur.

Veelgestelde vragen

Wie mag een RI&E uitvoeren?

De wet stelt geen deskundigheidseisen aan de uitvoerder. Iedereen mag een RI&E uitvoeren. De toetsing moet wél door een gecertificeerde arbokerndeskundige (geregistreerd bedrijfsarts, HVK, arbeidshygiënist of A&O-deskundige) worden gedaan. In de praktijk levert een deskundige uitvoerder een kwalitatief betere en betrouwbaardere RI&E op.

Wat is het verschil tussen Fine en Kinney & Wiruth?

De methoden lijken op elkaar maar wijken af: Fine kent andere weegwaarden voor het effect, mist de waarschijnlijkheidsfactor 0,2 en kent geen risicoklassen. De vaak genoemde term “Fine & Kinney” is onjuist — die methode bestaat niet.

Moet ik een bedrijfsbezoek doen bij de toetsing?

Het is niet altijd wettelijk verplicht, maar bij bedrijven met industriële activiteiten, machines, gevaarlijke stoffen of hoge risico’s is het sterk aan te raden. Bij eenvoudige kantooromgevingen kan een videorondgang soms volstaan.

Wanneer hoef ik de RI&E niet te laten toetsen?

Bedrijven met maximaal 25 werknemers die een erkend branche-RI&E-instrument gebruiken, zijn vrijgesteld van de toetsingsplicht. Alle andere werkgevers zijn verplicht de RI&E te laten toetsen.

RI&E op orde brengen?

Voldoe aan de Arbowet en krijg direct inzicht in de risico’s binnen uw organisatie.

Plan een kennismaking