Kantoorinrichting — de basis voor gezond en productief werken
Een goed ingerichte kantoorwerkplek voorkomt klachten aan rug, nek, schouders en ogen. Toch werken veel mensen dagelijks aan een bureau dat niet goed is afgesteld, met een stoel die verkeerd staat ingesteld en verlichting die reflecties op het beeldscherm veroorzaakt. De wetgeving stelt concrete eisen — maar het verschil zit in de praktische uitvoering.
De bureaustoel
De bureaustoel is het belangrijkste meubelstuk op kantoor. Een goede bureaustoel voldoet aan NEN-EN 1335 (klasse A of B voor kantoorgebruik) en is op minimaal vijf punten verstelbaar: zithoogte, zitdiepte, rugleuninghoogte, rugleuninghoek en armleggers.
-
Zithoogte
Stel de zithoogte zo in dat de voeten plat op de vloer staan en de knieën een hoek van circa 90° maken. Bij kortere medewerkers: gebruik een voetensteun. -
Zitdiepte
Tussen de voorkant van de zitting en de achterkant van de knieën moet twee tot drie vingers ruimte zitten. Een te diepe zitting drukt in de knieholte en belemmert de bloedcirculatie. -
Rugleuning
De rugleuning moet de natuurlijke kromming van de onderrug (lordose) ondersteunen. Stel de lendensteuning af op de holte van de onderrug. De rugleuning moet licht meeveeren bij achterover leunen. -
Armleggers
Stel de armleggers zo in dat de schouders ontspannen blijven en de onderarmen horizontaal rusten. De armleggers mogen niet tegen het bureau stoten — dat verhindert dicht genoeg bij het bureau te zitten.
Het bureau
Een kantoorbureau moet voldoende groot zijn (minimaal 120×80 cm voor beeldschermwerk), een matte, lichtgekleurde werkblad hebben en in hoogte verstelbaar zijn of op de juiste hoogte staan. De standaard bureauhoogte van 74 cm past bij een lichaamslengte van circa 1,80 m — voor veel mensen dus niet.
Sta-zitbureau
Een elektrisch verstelbaar sta-zitbureau is de beste investering voor een ergonomische werkplek. Het stelt werknemers in staat om af te wisselen tussen zitten en staan, waardoor de statische belasting afneemt. De richtlijn is: begin met 20–30 minuten staan per uur en bouw dit geleidelijk op. Een anti-vermoeidheidsmat vermindert belasting bij langdurig staan.
Bij staand werken geldt: het bureaublad op ellebooghoogte, de onderarmen horizontaal, de schouders ontspannen. Het beeldscherm blijft op ooghoogte — gebruik eventueel een monitorarm die meeverhuist bij het verstellen.
Beeldscherm en accessoires
-
Beeldschermhoogte
De bovenkant van het scherm op ooghoogte of net daaronder. Gebruik een monitorarm of beeldschermverhoger. Bij een laptop: altijd een laptopstandaard plus los toetsenbord en muis. -
Kijkafstand
De afstand tot het beeldscherm is minimaal een armlengte (50–70 cm). Bij grotere schermen (27” en meer) is meer afstand nodig. -
Toetsenbord en muis
Plaats het toetsenbord recht voor je, op 10–15 cm van de tafelrand. De muis direct naast het toetsenbord op dezelfde hoogte. Overweeg een ergonomische muis bij intensief muisgebruik. -
Documenthouder
Bij veel typewerk vanaf papier: gebruik een documenthouder naast of onder het beeldscherm, zodat het hoofd niet voortdurend draait of buigt.
Verlichting
Goede verlichting is essentieel om oogklachten en vermoeidheid te voorkomen. De norm voor kantoorverlichting is 500 lux op het werkblad (NEN-EN 12464-1). Daarbij gelden enkele belangrijke principes:
-
Geen reflecties
Plaats het beeldscherm loodrecht op het raam, niet ervoor of erachter. Gebruik zonwering om directe zonlichtval op het scherm te voorkomen. -
Taakverlichting
Voorzie elke werkplek van een individueel instelbare bureaulamp naast de algemene plafondverlichting. Dit voorkomt te grote contrastverschillen. -
Kleurtemperatuur
Neutraal wit licht (4000–5000 K) is het meest geschikt voor kantoorwerk. Te warm licht maakt slaperig, te koud licht kan vermoeiend zijn.
Klimaat
De binnentemperatuur in kantoren moet liggen tussen 20 en 24 °C bij licht zittend werk (Arbobesluit, artikel 6.1). De luchtvochtigheid moet tussen 40 en 60% liggen. Droge lucht (onder 30%) veroorzaakt geïrriteerde ogen, droge keel en huidklachten — een veelvoorkomend probleem in mechanisch geventileerde kantoren.
Zorg voor voldoende luchtverversing: minimaal 30–50 m³ verse lucht per persoon per uur. CO₂-concentraties boven 1200 ppm wijzen op onvoldoende ventilatie en kunnen leiden tot hoofdpijn, concentratieverlies en vermoeidheid. Meet regelmatig met een CO₂-meter.
Geluid
In kantoren is geluid zelden een risico voor gehoorschade, maar het is wél een belangrijke bron van concentratieverlies en stress. Achtergrondgeluid boven 45 dB(A) vermindert de concentratie bij complexe taken aanzienlijk.
-
Akoestische maatregelen
Geluidsabsorberende plafondtegels, wandpanelen en vloerbedekking dempen de nagalm. Scheidingswanden en concentratiewerkplekken bieden extra bescherming. -
Zonering
Scheid concentratiewerk van overleg- en telefoonwerkplekken. Bied stille werkplekken aan naast open kantoorruimtes. -
Gedragsafspraken
Maak afspraken over bellen in de open ruimte, gebruik van headsets en het respecteren van stille zones.
Veelgemaakte fouten
- Bureaustoelen worden aangeschaft zonder te letten op NEN-EN 1335-classificatie, met als gevolg stoelen die niet voldoende verstelbaar zijn.
- Werknemers weten niet hóe ze hun stoel en bureau moeten instellen — de handleiding ontbreekt en er wordt geen instructie gegeven.
- Het beeldscherm staat recht voor het raam of met het raam in de rug, waardoor spiegelingen en verblinding optreden.
- Bij flex-werkplekken wordt de stoel niet opnieuw ingesteld door de volgende gebruiker.
Veelgestelde vragen
Is een sta-zitbureau verplicht?
Een sta-zitbureau is niet expliciet verplicht in de wetgeving. Het Arbobesluit eist wel dat de werkgever maatregelen neemt om de risico’s van langdurig zittend werk te beperken. Een sta-zitbureau is een van de meest effectieve maatregelen en wordt daarom sterk aanbevolen in arbocatalogi en door de Arbeidsinspectie.
Aan welke norm moet een bureaustoel voldoen?
De Europese norm NEN-EN 1335 onderscheidt drie klassen: A (de hoogste eisen, geschikt voor langdurig gebruik), B (geschikt voor normaal kantoorgebruik) en C (beperkt gebruik). Voor werknemers die dagelijks meer dan 4 uur achter een bureau zitten, wordt klasse A of B aanbevolen.
Hoe warm mag het op kantoor worden?
Er is geen wettelijk maximum, maar het Arbobesluit verplicht de werkgever een verantwoord binnenklimaat te waarborgen. De ARBO-informatiebladen noemen 25–26 °C als bovengrens voor licht zittend werk. Boven 30 °C wordt werken door de meeste arbodeskundigen als onverantwoord beschouwd en moet de werkgever aanvullende maatregelen nemen (extra pauzes, koeling, aangepaste werktijden).
Moet de werkgever een ergonomische muis of toetsenbord betalen?
Ja, als uit de RI&E of een werkplekonderzoek blijkt dat standaard invoerapparatuur leidt tot gezondheidsklachten, dan is de werkgever verplicht ergonomische alternatieven aan te bieden. Bij bestaande KANS-klachten adviseert de bedrijfsarts vaak specifieke hulpmiddelen — de kosten daarvan zijn voor de werkgever.
Werkplekken laten beoordelen?
Een ergonomisch werkplekonderzoek brengt knelpunten in kaart en levert concrete verbeterpunten op.
Plan een kennismaking